Kapvergunning
Een kapvergunning is de omgevingsvergunning die de gemeente Amsterdam volgens de Bomenverordening 2014 eist voordat een boom met een stamomtrek van 31 centimeter of meer, gemeten op 1,30 meter hoogte, gekapt mag worden.
De kapvergunning heet officieel een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand. Amsterdam regelt hem in de Bomenverordening 2014: wie een boom wil kappen met een stamomtrek van 31 centimeter of meer, gemeten op 1,30 meter boven het maaiveld, vraagt eerst een vergunning aan bij de gemeente.
De vergunning geldt ook voor bomen in een achtertuin. De gemeente weegt de waarde van de boom voor het straatbeeld, de natuur en het klimaat af tegen de reden van de kap, en kan een herplantplicht opleggen.
In een offerte staat de kap pas ingepland na de vergunning. De aanvraag verloopt via het Omgevingsloket; de wettelijke beslistermijn is acht weken (Omgevingswet, 2024), en tegen het besluit staat zes weken bezwaar open.
Die doorlooptijd hoort dus in de planning te staan en niet in de marge. Aan een verleende vergunning kan de gemeente bovendien een herplantplicht verbinden, en dat verandert de begroting van het werk. Wat het weghalen van een boom inhoudt, staat op bomen kappen.
Veelgestelde vragen
Geldt de kapvergunning ook voor een boom in mijn eigen achtertuin?
Ja. De Bomenverordening 2014 van Amsterdam maakt geen onderscheid tussen bomen op openbaar en op eigen terrein; de stamomtrek op 1,30 meter hoogte bepaalt of een vergunning nodig is.
Wat gebeurt er als ik zonder vergunning kap?
De gemeente kan een boete opleggen en een herplantplicht, en bij een beschermde boom aangifte doen. Meet daarom eerst de stamomtrek voordat de zaag erin gaat.